Column: Viva Arabia



Column Mara

Rozenolie, oranjebloesemwater en granaatappel… Steeds meer topkoks ontdekken de mysterieuze Arabische keuken. Niet zo gek. De smaken van Duizend-en-een-nacht zijn friszuur, kruidig en betoverend lekker. En niemand schrijft daar beter over dan de leukste kookboekenauteurs die ik ken: Merijn Tol en haar partner in crime Nadia Zerouali. Samen reizen ze de wereld over, en hoe. Het ene moment staan ze op naaldhakken op de Gazastrook te koken en het volgende moment zoeken ze in knalrode jurkjes met dito lippenstift verse amandelen in een Marokkaans dorpje.

Om te vieren dat hun nieuwste boek ‘Arabia’ net klaar was, mocht ik met ze mee op reis naar Libanon. We renden van het ene naar het andere restaurant in Beiroet, proefden reusachtige coquilles in Batroun en zochten kruiden in de Libanese bergen (Merijn uiteraard op hakken, Nadia in see through top met kanten beha). Eenmaal thuis bleek ik acuut verslaafd aan de sprookjesachtige Arabische smaken. Aan humus, couscous en rozenkoffie, aan komkommerwater, gekonfijte citroen en labneh, een soort Griekse yoghurt.

Maar de belangrijkste les zat ‘m niet in de smaak, maar in de eindeloze gastvrijheid van Arabische koks die standaard voor een man of tien koken. Gasten uitnodigen voor een borrel? Dat is daar not done. Samen eten, dat is het devies. Met familie, met vrienden, met buren, maar ook met vreemden. Want aan de Arabische tafel is altijd plaats voor onbekenden. En geloof me, als je op naaldhakken en in rode jurkjes je boodschappen doet, zijn die onverwachte gasten zo geregeld. Vraag maar aan Nadia en Merijn.

Deze column is gepubliceerd in Beau Monde (2012).