Column: De rode zooltjes van de gastronomie



RodeZooltjes

Toen Yves Saint Laurent pumps met rode zooltjes op de markt bracht, stond de hele modewereld op zijn kop. Die zooltjes, die waren toch het handelsmerk van schoenenkoning Christian Louboutin? Dat vond de Franse rechtbank ook: Louboutin won de rechtszaak die hij tegen het modehuis aanspande en iedereen was vol begrip.

Gek genoeg werkt het in de gastronomie totaal anders. Of het door de crisis komt of door een massale creatieve black-out weet ik niet, maar Nederlandse koks kopiëren elkaar meer dan ooit. Presentaties, smaakcombinaties en zelfs complete gerechten worden klakkeloos overgenomen en geen rechter die daar wat van zegt. Als Jonnie Boer nieuw servies heeft, eet ik een paar maanden later bij zijn collega’s in de provincie van precies dezelfde borden. Liefst ook nog met een vissengraatje erop, want dat doet Jonnie ook.

De eetbare gouden munt die Sergio Herman een paar jaar geleden introduceerde? Ik heb inmiddels zo veel kopieën voorgeschoteld gekregen dat ik geen gouden munt meer kan zien. En het prachtige bonsaiboompje waar met ansjovis gevulde olijven in hangen van mijn Spaanse held Joan Roca? Dat krijg je nu ook gewoon in Brabant. Waar dat boompje in Spanje pure poëzie is (Roca bedacht het als ode aan het Catalaanse landschap van zee en bergen), is de kopie – hoe goed hij ook is uitgevoerd – vooral een ultiem bewijs van gebrek aan creativiteit.

De kopieerlustige chefs vergeten dat alle Roca’s en de Jonnies van deze wereld zo groot zijn geworden omdat ze jaren bezig zijn geweest met de ontwikkeling van een eigen stijl. Daarin zit zo ontzettend veel tijd, geld en emotie dat je er patent voor zou moeten kunnen aanvragen. Want kopieën zijn dan misschien leuk bij de H&M; op topniveau hoor je van elkaars ideeën af te blijven. Ook zonder rechtszaak.

Deze column is gepubliceerd in Beau Monde (2012).