Column: Scandinavisch succes



Qua food is Kopenhagen al tijden het nieuwe Parijs. Precies daarom zit ik er minstens twee keer per jaar. Het ene na het andere hippe, mooie en vooral steengoede restaurant opent zijn deuren. En de crisis? De Denen lijken er geen last van te hebben. Noma, al een paar jaar achter elkaar uitgeroepen tot beste restaurant van de wereld, krijgt nog steeds 100.000 reserveringsaanvragen per maand.

Het geheim van de New Nordic Cuisine zit hem in de filosofie. De Deense chefs kiezen uitsluitend voor producten uit hun eigen regio. Geen foie gras en kwartels dus, maar bessen, noten en bloemkool. De serviezen zijn mat en sober, de gerechten puur natuur, aards van smaak en super gezond. Onlangs werd ik weer in de Deense gastronomie ondergedompeld: ik reisde naar het stadje Aarhus om zeewier te oogsten, mocht met de koks van Noma mee de bossen in om mieren te zoeken (tip: ga nooit op je nieuwe Lanvin-ballerina’s in een mierennest staan) en ontdekte een aanstormend talent: Jonas Mikkelsen van hotel-restaurant Frederiksminde in Præstø. Jonas leerde me alles over eetbare planten en kruiden en bewees met zijn fenomenale gerechten dat de Nordic Cuisine zijn hoogtepunt nog lang niet heeft bereikt.

Of de Nordic trend ooit overwaait? Ik denk het niet. Want het is net als met de kleding van het Scandinavische Cos en de stoelen van Deense ontwerpers als Arne Jacobsen en Verner Panton: alles overtuigt door eenvoud, kwaliteit en smaak. En precies die drie dingen gaan nooit uit de mode.

Deze column is verschenen in Beau Monde (2012).